Tu español a la carta

Startpagina › Artikels

Valse vrienden Spaans-Nederlands: 18 woorden die je in de val lokken

Door María Elena Fernández García, lerares Spaans in Brussel

Wie een taal leert, ziet woorden die op de eigen taal lijken als een cadeautje… tot ze dat niet meer zijn. Je gebruikt ze vol vertrouwen en plots kijkt je gesprekspartner je heel raar aan. Welkom bij de club van de valse vrienden: woorden die bekend klinken, maar iets heel anders betekenen.

Ik geef al vele jaren Spaanse les, eerst in Hamburg en nu in Brussel, en ook bij Nederlandstaligen komen deze valkuilen elk jaar terug. Met het niveau heeft het niets te maken: beginners trappen erin, en gevorderden ook, geloof me maar. Hier zijn er 18 die ik het vaakst hoor, met hun echte betekenis, een voorbeeldzin en het Spaanse woord dat je eigenlijk nodig had.

  1. el mantel

    Bestaat ook in het Nederlands… maar betekent iets anders.

    Betekent tafelkleed

    Pon el mantel, que vamos a comer.

    En het Nederlandse woord ‘mantel’ is in het Spaans el abrigo

  2. el vaso

    Lijkt op ‘vaas’… maar nee.

    Betekent glas

    Un vaso de agua, por favor.

    En het Nederlandse woord ‘vaas’ is in het Spaans el jarrón

  3. la tasa

    Lijkt op ‘tas’… maar nee.

    Betekent heffing

    La tasa turística es de dos euros.

    En het Nederlandse woord ‘tas’ is in het Spaans el bolso, la bolsa; en el uso coloquial belga, también la taza

  4. bravo

    Lijkt op ‘braaf’… maar nee.

    Betekent wild, woest

    Es un toro muy bravo.

    En het Nederlandse woord ‘braaf’ is in het Spaans bueno, obediente

  5. el ramo

    Lijkt op ‘raam’… maar nee.

    Betekent boeket

    Le he comprado un ramo de flores.

    En het Nederlandse woord ‘raam’ is in het Spaans la ventana

  6. la carta

    Lijkt op ‘kaart’… maar nee.

    Betekent brief

    He recibido una carta de mi abuela.

    En het Nederlandse woord ‘kaart’ is in het Spaans el mapa, la tarjeta, la postal; también la carta de una baraja

  7. el mes

    Bestaat ook in het Nederlands… maar betekent iets anders.

    Betekent maand

    Vuelvo el mes que viene.

    En het Nederlandse woord ‘mes’ is in het Spaans el cuchillo

  8. el pan

    Bestaat ook in het Nederlands… maar betekent iets anders.

    Betekent brood

    Compro pan todas las mañanas.

    En het Nederlandse woord ‘pan’ is in het Spaans la sartén

  9. la bota

    Lijkt op ‘boot’… maar nee.

    Betekent laars

    Me he comprado unas botas de invierno.

    En het Nederlandse woord ‘boot’ is in het Spaans el barco

  10. la pompa

    Lijkt op ‘pomp’… maar nee.

    Betekent zeepbel

    Los niños hacen pompas de jabón.

    En het Nederlandse woord ‘pomp’ is in het Spaans la bomba (de agua, de aire)

  11. la grapa

    Lijkt op ‘grap’… maar nee.

    Betekent nietje

    Necesito una grapa para unir las hojas.

    En het Nederlandse woord ‘grap’ is in het Spaans la broma, el chiste

  12. el mando

    Lijkt op ‘mand’… maar nee.

    Betekent afstandsbediening

    ¿Dónde está el mando de la tele?

    En het Nederlandse woord ‘mand’ is in het Spaans la cesta

  13. el lado

    Lijkt op ‘lade’… maar nee.

    Betekent kant, zijde

    Siéntate a mi lado.

    En het Nederlandse woord ‘lade’ is in het Spaans el cajón

  14. la rampa

    Lijkt op ‘ramp’… maar nee.

    Betekent helling

    Hay una rampa para las sillas de ruedas.

    En het Nederlandse woord ‘ramp’ is in het Spaans la catástrofe, el desastre

  15. la miel

    Lijkt op ‘meel’… maar nee.

    Betekent honing

    Me gusta el té con miel.

    En het Nederlandse woord ‘meel’ is in het Spaans la harina

  16. la prisa

    Lijkt op ‘prijs’… maar nee.

    Betekent haast

    Tengo prisa, ¡me voy!

    En het Nederlandse woord ‘prijs’ is in het Spaans el precio; también el premio

  17. la zona

    Lijkt op ‘zon’… maar nee.

    Betekent gebied, zone

    Vivo en una zona tranquila.

    En het Nederlandse woord ‘zon’ is in het Spaans el sol

  18. el brillo

    Lijkt op ‘bril’… maar nee.

    Betekent glans

    Me encanta el brillo de sus ojos.

    En het Nederlandse woord ‘bril’ is in het Spaans las gafas

Zo trap je er niet meer in

Wil je verder oefenen? Op de startpagina vind je deze woorden als kaarten die je kunt omdraaien. Zelf blijf ik valse vrienden verzamelen. Er komt altijd wel een nieuwe bij.

Wil je met mij oefenen?

Spaanse les op maat in Brussel en online, van A1 tot C2. Vertel me wat je nodig hebt en ik maak een voorstel.

Schrijf me